Bonenzoeken

Naast ons huis aan de molentjes stond het huis van de Fam. Dekker.
Een oom van mijn vader, en voor mij Oom Piet en tante Pietertje.
Ze hadden daar een bouwersspultje en ook nog vier koeien. De familie woonde in het voorhuis en de koeien in het koeies (stal) in de kapberg waar ook het hooi werd opgeslagen.
Oom Piet huurde land aan het Wijver. Met het melkersschuitje (een klein ijzeren bootje) voer hij naar dat land om daar zijn koeien te melken. De melk ging naar de fabriek, maar ook alle bewoners van de molentjes haalden bij Oom Piet zijn of haar kannetje melk, en wisselde dan daar gelijk ook alle dorpnieuwtjes uit . Op hun bouw teelden ze allerlei,tuinzaden,bloemzaden en veel erwten en bonen.
In de herfst zat de hele familie dan om tafel om bij het licht van de olielamp de bonen uit te zoeken. Ieder had een schaal op schoot waar de goeien in moesten en in de schaal midden op tafel werden de slechten geworpen. Tante Pietertje zocht deze schaal dan over dag nog eens na want er mocht niets verloren gaan. Naast de tafel stond een halfmud (een ton waar een half mud bonen in kon).
Als klein jochie van zo'n jaar of vier mocht ik s'avonds de krant naar oom en tante brengen en bleef daar dan geregeld hangen. Het was daar altijd zo gezellig om die bonen tafel!
Tot die keer dat ik het in mijn hoofd kreg om eens in dat halfmud te kruipen, ik kon er net in. Tante Pietertje keek op de klok en zei dat het bedtijd werd; je moette nei huis Piet!
Maar Piet zat vast in het halfmud! Ze dachten eerst dat het een grapje was, maar toen ik vreselijk begon te huilen, hebben ze me met vereende krachten uit die tongetrokken.
En ik huilende naar huis!
Ik heb er nog vaak de krant gebracht en bij het bonenzoeken wezen kijken, maar wel uit de buurt van het halfmud!