Het pad naast buurman Jan

Nu woonden we in het dorp. Lekker dicht bij de school, en we hoefden dus niet meer 4 keer per dag over het Molentjes pad te gaan.
Naast ons woonden Jan Laan en zijn vrouw Annie. Annie was een gewaardeerd lid van rederijkerskamer "het Mosterdzaadje" en speelde jaarlijks prachtige rollen. Jan had koeien en die liepen achter op het land waar ook het Molentjespad liep. Het pad kwam langs zijn huis in het dorp uit.
Nu had buurman Jan wat te stellen met dat pad. Werd het eerst gebruikt door de mensen die er aan woonden, langzamerhand aan werd het pad meer gebruikt vooral in ze zomer. In 1923 was er een hittegolf. Zwommen vroeger alleen de kwajongens en wat mannen, nu wilde de dames ook een duik in de Zuiderzee nemen. En het baden in zee werd echt mode.
En het was erg gemakkelijk om over het pad naar zee te gaan. Er waren drie hekken waar je door moest, en die hekken moesten weer gesloten worden vanwege de koeien die daar liepen. En dat werd natuurlijk door de mensen vergeten tot ergernis van buurman Jan.
Hij ging maar eens bij de overheid informeren van wie dat pad eigenlijk was.
En wat bleek, het pad was geen openbare weg, alleen de mensen die er aan woonden hadden het recht van overpad.
Er kwam dus een bord met verboden toegang te staan. Dat veroorzaakte nogal wat deining in het dorp.
En Jan zat er ook wel wat mee. Kleine jongens de toegang tot het pad verbieden was niet zo moeilijk, maar de volwassen die zin hadden in een loopje naar dijk, dat was wat anders. Jan hield ze staande en vroeg wat ze moesten. Al gauw gingen er heel wat wandelaars zogenaamd op visite bij de mensen aan het Molentjespad !
Jan hield die controle natuurlijk niet vol, maar toch werd er nu wel wat beter op de hekken gelet.
Later is het pad toch nog openbaar geworden. Met de ruilverkaveling in de zestiger jaren is het pad verdwenen.
Jammer want het zou nu nog een mooie wandeling naar de dijk geweest zijn.

Crelis Roos was een andere buurman van ons toen we in het dorp woonden. Hij had indertijd een kruidenierswinkel in het pand wat nu Zuideruitweg 32 is. Het was een flinke winkel en Roos was er ook nog melkboer bij.
Elke morgen om half zeven vertrok hij met zijn paard en wagen. Voor mijn moeder het sein om uit bed te komen.
Een wekker had ze niet nodig want Roos was elke morgen keurig op tijd. Hij vertrok eerst naar Oosterleek, waar hij een bakkie koffie bij bakker Buis dronk.
Vooral in de winter kwam hij dan weer lekker op temperatuur daar in de bakkerij. Daarna begon zijn venterswijk richting Wijdenes. Natuurlijk waren er ook boeren waar veel mensen hun melk haalden, maar Roos had toch aardig wat klanten.
Rond het middaguur was hij weer thuis. Ging daarna het dorp weer in om boodschappen te vragen. Dat koste allemaal veel tijd, want bij iedere klant moest je ook nog de dorpsnieuwtjes vertellen!
De boodschappen werden keurig in je boodschappen boekje geschreven. Roos ging dan naar huis om de bestelling klaar te maken en moest die ook nog gaan afleveren. Het boodschappen boekje van mijn moeder heb ik nog in mijn bezit.
Een mooi zwart boekje met zilveren letters: C Roos Wijdenes. Speciaal adres voor Witte en Geverfde Klompen ! Reclame was er in die tijd ook al !
Tabak,sigaren,melk,boter en kaas,glas en aardewerk verkocht Roos ook zoals er op het boekje vermeld stond.
Wat mijn moeder bij Roos bestelde staat er ook in:

1 ons balletjes 15 cent
suiker 24 cent
1 ons thee 35 cent
boter 95 cent
1 potlood 10 cent
koffie 50 cent
1 paar klompen 95 cent

Meestal had mijn moeder zo rond de 5 gulden nodig voor haar wekelijkse boodschappen. Maar wat zou Roos daar nu aan verdient hebben ? Zoveel werk aan 5 gulden boodschappen, want niet alle klanten woonden in de buurt, je moest ook naar de Molentjes, naar dijk, naar Oosterleek. Misschien 1 gulden??? Het winkeltje is al jaren en jaren uit het dorp verdwenen. En met 5 gulden in de week voor je boodschappen kun je ook allang niet meer toe !

Naast het winkeltje van Roos woonde de familie Korver. Dat waren toen in mijn ogen al echt oude mensen, maar buurman Korver ging toch altijs nog te werk. En dat kon hij, ik heb hem eens zien hooien bij buurman Aarse dat het een lieve lust was. Hij sjouwde wat af met pikken hooi! Als het hem te warm was trok hij zijn broek uit en kon je zijn onderbroek bewonderen. Een molton broek met pijpen tot aan de knieën, met bandjes eraan, die dan om zijn zwarte kousen gebonden werden. Wij vonden dat prachtig: buurman in zijn onderbroek !
Naast de familie Korver woonde ook een familie Ham. Zij kwamen uit Berkhout vandaan Willem en Anne.
Ze hadden een martel (klein) bedrijfje. Voor was er een boogerd met hoge bomen, zoete appelen en stoofperen.
En hij had ook 4 koeien die stonden aan het zeel (een lange ketting met een pen in de grond).
Later kon hij nog wat kerkeland aan het Noordeinde huren en kon hij wat uitbreiden. Hij kocht toen ook een paard en wagen om naar het Noordeinde te rijden.
Ze hadden 2 dochters, Grietje en Geertje. Geertje was van dezelfde leeftijd als ik en zat bij me in de klas.
Geertje raakte snel in paniek, en dat was voor mij reden om haar wel eens te pesten. Ik deed dan net alsof ik een kikker uit het gras pakte, en die dan bij Geertje in haar nek stopte. Geertje huilend en scheldend naar huis.
En ik lachen natuurlijk ! Maar toen ik naar huis ging en daar vader Willem op me zag wachten die me bij mijn kladden greep en me een flink standje gaf, toen was het snel uit met mijngrappen. Grietje trouwde later met Jan Kool uit Kolhorn en kwam op een plaats met gras en bouwland in de Wogmeer. Geertje trouwde met Jaap Dol een notaris klerk in Hoorn.
Buur Willem was best trots op zijn dochters en liet ons dan ook weten, ging staan, trok aan zijn pet en zei;
Ik heb eerst Grietje wegbrocht naar de Wogmeer en toen zei ik, die zet haar gat goedneer, maar nou heb ik Geertje wegbrocht, en die zet er gat nag beter neer !
Met zijn schoonzoons was ie ook dit tevreden. In de laatste oorlogs jaren bouwden we samen met de buren tarwe op het land van Siemen Slachter. De oogst deden we gezamenlijk en met theetijd kwamen de verhalen los.
Ditmaal over het zichten, dat deed je namelijk met een zicht, een handvat met een zeis er aan en een haak om het graan bij elkaar te houden. Dat was nogal een apart werk dat had je echt van jongs af aan moeten leren.
Bij ons op't dorp kon Klaas Kool de post erg goed zichten, had dat vroeger ook veel gedaan,maar Willem wist natuurlijk nog wel iemand die dat ook goed kon, zijn schoonzoon uit de Wogmeer, die had nog nooit een zicht gezien, maar nou konden ze aan z'n klompe zuige!
Ach ja buurman Willem, hij kon het mooi zeggen!

Naast Willem Ham woonde de familie Kramer. Vader en moeder en de kinderen Piet en Annie.
Vader Kramer was werkman bij J.Oud. En was erg trots op zijn zoon Piet. Piet werkte ook op het land, maar had zelf een radio in elkaar gezet, waar de hele buurt blij mee was. Op zondag middag gingen we daar dan ook altijd naar Ome Keesje luisteren. Fietsen kon deze Piet ook. Samen met Arie Dekker uit Oudendijk maakte ze menige tocht door Nederland en Europa. Piet fietste net zo lief tegen wind want dan lag je vaster op de weg. Vader Kramer had het altijd over Piet en z'n stalen ros ! In Wenen kwam deze Piet een aardig meisje tegen en is daar mee getrouwd en bleef dan ook in Oostenrijk. Vader Kramer kocht later het bedrijf van J. Vriend. (waar nu de fam. van Hugten woont)
Annie moest bij moeder blijven en is dan ook nooit getrouwd.

De familie Kool woonde weer naast de Kramers. Vader en moeder en de kinderen Maarten en Jo.
Vader Kool was postbode. Daar keek je als kleine jongen erg tegen op. In een mooi uniform moest hij 2 maal per dag de post in het dorp rond brengen. Op de fiets ging hij van Oosterleek, de Molentjes naar Kraaienburd en dan ook mog in het dorp zelf. Luit van het postkantoor deed de wijk rond het postkantoor.
Later hoefde hij nog maar 1 keer per dag de post bezorgen.
Dochter Jo leerde voor onderwijzeres, en is dat ook geworden. Maarten ging naar de ambachtschool en werd timmerman. Na zijn trouwen is hij melkboer in Hoorn geworden en toen C.Roos (de kruidenier ) er mee stopte nam Maarten de melkwijk van hem over, en werd hij melkboer in Wijdenes.
Hij heeft dat jaren gedaan, maar heeft toch op een zeker moment de wijk over gedaan naar zijn schoonzoon Alewijn Ott. Maarten werd toen nog bus chauffeur bij Maarsen en Kroon in Aalsmeer.

Dan hadden we naast ons de familie Aarse. Vader en moeder en de dochters Nel en Sijtje. Buurman Aarse had een gemengd bedrijf. Koeien en bouwland. Hij was een luidruchtig persoon. Je hoorde hem altijd praten, en zingen deed hij ook !
Als hij mopperig was begon hij het Wilhelmus te zingen, zodat het niet aan te horen was. Maar verder was hij vaak in voor een grapje.
Dochter Sijtje is in Canada gaan wonen en met dochter Nel en met haar man Hendrik Venema heb ik nog wekelijks mijn kaartmiddagje!