Nies

Na de buurtbewoners, volgen er nu dorpsgenoten die nogal wat indruk op mij gemaakt hebben en ik begin met Nies.
Tussen Piet Dekker en Wim Molenaar stond vooorheen nog een huis, en daar woonde de familie Hansen.
Hendrik en Nies met hun kinderen Teun en Nelly. Nu was Nies me er eentje, ze zat vol grappen en praten kon ze als beste. Kwamen er winkeliers, of de vrachtman bij Nies aan de deur voor hun bestelling, dan had Nies in een onbewaakt ogenblik hun klompen vol water gegoten, en stonden ze tot groot vermaak van Nies met natte sokken.Als je op de fiets door het dorp ging, dan hield Nies je aan om te kletsen, wilde je dan weer opstappen zat er groene zeep aan je stuur ! En moest je met kleverige vingers verder, ja Nies zat vol met streken die niet altijd door iedereen in dank werden aanvaard. Toen de schuur van Piet Dekker gebouwd werd stond Nies elke dag uren te praten met de vaklui die daar aan het werk waren. Dit tot verdriet van de bazen die het werk zo niet snel zagen vorderen. Nies moest maar eens aangepakt worden. Toen zij de volgende dag dan ook weer kwam kletsen hebben ze Nies bij haar kladden gepakt en keurig aan een deurstijl vast gespijkerd.
Nies kon geen kant meer op en ze hebben haar wel een uur lang zo laten staan. En inderdaad kwam Nies nu wat minder langs.
Nies had ook een kunstgebit, wat niet lekker zat. Dus lag dat thuis in een kommetje water. Alleen als Nies deftig uit moest deed ze haar kunstgebit in.
Zo ging ze een keer met haar dochter naar Amsterdam, netjes in de kleren en met kunstgebit.
Ze staken op bij lunchroom Heck en dochter Nel bestelde voor beide koffie met gebak.
Nies begon met volle moed aan haar gebakje, maar dat viel niet mee met die valse tanden.
Tot ergernis van haar dochter werd er dan ook door Nies een zakdoek op de tafel gelegd waarna Nies zich midden in de lunchroom van haar gebit ontdeed en het met wat aangeplakte stukken gebak in haar zakdoek verpakte en daarna smakelijk zonder tanden verder ging met de rest van haar taartje.
Toch had Nies ook goede gaven, ze kon namelijk dichten, en voor menig een maakte Nies wel of niet in opdracht, prachtige verzen. Ik heb er nog een in mijn bezit die ik jullie niet onthouden wil. Het gaat over mijn vader Cor die in de krant stong omdat hij een lintje ontvangen had.

Ik heb net de krant door lezen,
En ik zag je photo daar.
Nu je lijke daar wel veertig,
Op je hoofd nog zoveel haar.

En de das, recht tussen het vestje
Halfweg, een schuine streep.
En aan elke kant van de neus he,
Aan de mondhoek een diepe kneep.

Handen zamen, op de buik daar,
Keurig vouwd, zo in elkaar!
Je bent het sprekend, beste Cor hoor
O wat fieter zit je daar.

Ik zal de photo laten vergroten
(maar dat doen ik naderhand)
En dan kom je ons kamer
In het zonnetje aan de wand.

Want ik vind het een prestatie,
Wat u in ons dorp heeft gedaan,
In uw vroegere levensjaren.
Ik zag het in de krant pas staan.

Ook las ik Ham, de treurige jaren.
Och wat slaat een mens er zich toen door.
Ik verheug mij nu op jullie voorspoed
De familie Ham, verdiend dat hoor !

Uw persoon gaat in een enveloppe,
Met de poste naar Beverwijk.
Want ons Teun is trots op de fam. Ham he!
Zit er vast hoor, naar te kijk.

Ham, leef nog vele,vele jaren.
Met uw Cornelia in de hoek.
En als de komkommers weer groeien,
Kom ik weer eens op bezoek !

En nu ben ik aan het einde.
Ja mijn praatje is nu gauw daan.
Wij hopen dat het goed mag bouwen,
En dat het de fam. Ham best zal gaan.

De ouders van uw vroegere knecht,

H. Hansen en N. Hansen B 127 Wijdenes.