Het nieuwe huis

Van de Molentjes naar het dorp. Dat was toch wat. We moesten tijdens de sloop en de wederopbouw van ons huis toch ergens wonen. Dat mochten we bij Krelis Dekker, die had een grote boerenstolp met nog wat ruimte voor ons gezin (de stolp aan de Zuideruitweg waar nu Cees van Paridon woont.)
Aan de achterkant van de stolp was een kamer, helemaal oudroze geverfd, en aan de noordkant een kamertje helemaal in het groen. Daar waren ook bedsteden waar we sliepen. We moesten aan de achterzijde naar binnen en we kwamen dan eerst in de koegang, die er prachtig uitzag. Teerlak op de rand van de groep, en op de stallen prachtig gestrooide zandfiguren. Het was eigenlijk een zomerstal, maar er kwamen het hele jaar geen koeien in, dus bleef de stal gewoon op zijn zomers.
We hebben het daar erg prettig gehad. Krelis en zijn vrouw Vrouwtje waren lieve mensen en ik voelde mij daar thuis. Ondertussen werd ons huis gesloopt en naar het dorp gevaren.
De spanten werden op hun kop in de schuit vervoerd. Het werk ging allemaal erg vlot. We hadden een timmerman uit Hoorn, Cor Moeyes een dienstkameraad van mijn vader, een vrolijke man die de hele tijd over een uil in de vlierboom zong. De metselaar was Gert Komen, samen met Cor Buis een tuinder en kippenhouder die goed en snel kon metselen. De opperman was Dirk Visser.
Ik denk dat we het huis na ongeveer 2 maanden konden bestrekken.
Wat een feest, mijn broer en ik hadden op zolder een kamertje gekregen. En ook beneden waren 3 echte slaapkamers gemaakt. Grootvader, die zijn hele leven in een bedstede had moest nu voor het eerst in een ledikant. Er was hier ook elektrisch licht ! En een kraan waar je aan moest draaien en er kwam water uit! Maar mijn moeder die altijd erg zuinig was, bleef dat ook hier. Voor de elektriciteit moest je elke maand vastrecht betalen en daarnaast wat je verbruikt had. De lamp ging dan ook alleen aan als het echt nodig was. In het schemerdonker kon je nog best eten of andere dingen doen. Er brandde een twintigertje (20 watt), en later kwam er een bolletje bij, een vijvenzeventigertje (75 watt). We gingen om 9 uur naar bed en dan ging het licht uit. Mijn moeder had verder nog geen apparaten die op elektriciteit werkten en koken deed ze op gas. We verbruikten dan ook ongeveer 55 kilowatt stroom per jaar.
Het water uit de kraan mochten we ook niet verspillen. Dus als je je handen ging wassen moest er eerst een beetje water in het teiltje en daar mocht je je handen in wassen.
Mijn moeder was dus in die jaren al een zeer energie bewuste vrouw!