Prut stelen

Nu iets over het huis van de fam.Groenhart. Dit is bij mijn weten vroeger altijd gebruikt als werkmanshuis voor de knecht en zijn gezin die bij Stam werkte en later bij Koeman.
Toch is het daarvoor waarschijnlijk als renteniershuis gebouwd,want de werkmanshuisjes waren vroeger lang zo groot niet. Nu dan de boerderij van van Ammers. Daar woonde vroeger Jan Oud in met zijn vrouw Duw Zijp. De boerderij was van de familie van Duw, en zij waren zeer welgesteld. In die tijd bezat de familie Zijp wel 150 hectare land in de polder, wat nu De Drieban is. Jan Oud was net zo oud als mijn grootvader Klaas Ham en ze waren op de zelfde dag geboren: 5 November 1856. Als mijn grootvader op zijn bankje voor ons huis zat, dan kwam Jan Oud weleens een praatje met hem maken. Je geniete maar mooi van je ouwe dag zei Oud dan.
Jazeker zei Grootvader,en ik heb gien zorgen zo als jij. Domme domme Klaas, Oud gebruikte dit altijd als z'n stopwoordje (afkorting van een niet zo keurig woord) wat bedoel je daar mee? Nou, jij hebt nog zorgen over je geld en dat bezit ik niet, dus heb ik geen zorgen! Domme domme Klaas als je het zo bekijkt dan heb je nog gelijk ook!
Toch hebben ze veel goed gedaan in ons dorp. Vooral Duw heeft veel mensen geholpen om vooruit te komen. Ook het dienstvolk hield het daar lang uit. Ze kregen er goed te eten en drinken en werden prima behandeld.
Mijn grootvader vertelde me dat hij lang geleden wel eens prut van Oud gestolen had. In de winter was er namelijk niet veel werk en werd er in menig gezin armoe geleden. Mijn grootvader ging dan met de schuit te modderen. Je baggerde een sloot uit en de bagger ging in de schuit,daarna moest dat met de schop op het land worden gegooid en als het dan flink door was gevroren dan spreidde je dat over het land uit.
Grootvader kreeg een dubbeltje per schuit bagger. Maar wat,als er niet veel bagger was ?
Als het lichte maan was dan ging mijn grootvader uit prut stelen.
En zo ook op een keer uit de sloot van Jan Oud. Maar Jan had het in de gaten en betrapte grootvader. Domme domme Klaas dat rooit toch nergens op ? Ja maar mijn kinderen moeten toch te eten hebben antwoordde grootvader, maar als jij die prut hebben wil dan gooi ik het wel op jouw land.
Vanzelf zei Oud, het is toch zeker mij prut ! Dus grootvader gooide tien schuiten prut op het land,en de vrede was weer getekend. Maar grootvader ging wel met de rekening naar Oud. Tien schuiten prut was toch een hele gulden ! Maar Oud meende dat dit toch wel een beetje te ver ging,eerst prut stelen en dan er nog geld voor vragen.
Maar Duw streek met haar hand over haar hart en zei: Jan niet zeuren,betaal die man !
En zo gebeurde het.
En je denkt misschien wat een drukte om een gulden ! Maar grootvader was blij want een gulden, daar kon je wel 10 broden voor kopen!

Enige opmerkingen van Klaas Water over bovenstaand stukje:

Het huis van de fam.Groenhart is waarschijnlijk geen renteniershuis geweest.
Wij hebben er 2 jaar in gewoond,dat we er in kwamen waren er in het achterste gedeelte 3 koestallen,kompleet met groep en drinkgoot en daarnaast was er een dars met darsdeuren,toen wij er woonden was dat opslag voor hooi machines. Het was toen werksmanshuis behorende bij de boerderij. Het was vroeger waarschijnlijk een kleine boerderij of van een zogenaamde opzetter.
Een opzetter was vaak een bouwer die met de grote koemarkt in Hoorn in november een paar koeien kocht voor de melk. Hij voerde ze met wat kriel en erwten stro en zo, en met de voorjaarsmarkt verkocht hij ze weer aan de vetweiders.
Over het baggeren en flossen: er waren sloten waar aan het einde van de sloot 2 paaltjes onder water stonden je kon er dus wel met de lege schuit in varen,maar met een schuit vol bagger lag hij dieper en kon er niet meer uit.

Piet Ham gaat verder:

Ik ben blij met de reactie van Klaas.Water over het huis van de fam.Groenhart. Er zaten inderdaad koestallen in.
Er waren meer van deze huizen. Zoals Zuideruitweg 40, het huis van de fam.Welling en ook het huis van de fam. A.Zwaan. De stallen werden gebruikt voor opzetters, maar ik hoorde ook dat men in de winter er 1 of meerdere koeien van een boer in zette. Men had dan gratis melk,maar voor het voer moest je zelf zorgen.In het voorjaar gingen ze dan weer samen met de boerderij koeien het land in.
Wat betreft de palen in de sloot, daar heb je ook gelijk in Klaas, ik weet nog uit mijn jonge jaren dat in bijna alle sloten die uit kwamen in de Molensloot zulke palen hadden. Je kon er leeg overheen, maar vol niet.
Bagger stelen kon dus niet. Hoewel,daar wist mijn grootvader natuurlijk ook wel iets op.
Als er veel bagger in die sloot was wilden ze er natuurlijk baggeren. Je voer dan naast de paal en maakte die met de ketting van de schuit vast. En dan maar flink wiebelen zodat de paal los kwam en je er uit kon trekken.
Dan haalde je de schuit vol bagger en zette je de paal weer op z'n plaats.
Natuurlijk merkte de boer wel dat er bagger uit zijn sloot verdween. En dit gebeurde dan ook alleen wanneer de nood in het gezin erg hoog was. Men baggerde dan ook liever gewoon voor een opdrachtgever. Het mooie van het baggeren was dat je het meestal alleen in de ochtend deed, tot zo'n 10 schuiten vol. En 's middags kon je dan weer op je eigen bouwtje verder.