De regenbak

Naast het huis van de fam.Visser (nr.21) begon het Molentjespad. Het liep langs de noordkant van het huis het land in en er was een brug over de Meeweg (sloot tussen het dorp en de dijk). Het liep langs de huizen van de fam. Dekker en Ham, dan kwam er weer een bruggetje, wat we de steg noemden (smalle brug).
Het was zo smal dat je er enkel lopend over heen kon,met de fiets was het al een gevaarlijke onderneming. Klaas Kool de post is er eens met fiets en al te water geraakt en dat was voor zijn tas met brieven niet erg best.
Toentertijd woonde Piet Koeman op Zuideruitweg 21 en dat was nogal een moeilijk mannetje. Mijn vader moest het huis nog bouwen aan de Molentjes, en Koeman diende al een bezwaarschrift in. Al die wagens met stenen en dakpannen dat kon niet over het Molentjespad. Maar het was dan wel een looppad,de grond die erbij hoorde was 2 meter breed, dus kon er een wagen overheen. De bewoners hadden recht van overpad, en mijn vader mocht gaan bouwen.
Maar Koeman wilde beslist niet dat de regenbak erover heen ging. Dit was een ronde betonnen bak van 4 kubieke meter, en flink zwaar.
Stam, die er van hoorde en land naast dat van Koeman had, bood aan om die bak dan maar over zijn land te vervoeren. Maar vader had andere plannen. Toen de slepers uit Hoorn met bak en al aankwamen stuurde mijn vader ze toch het Molentjespad op. Flink doorrijden en niet stoppen! De paarden kregen een klap op hun kont en daar gingen ze! Koeman kwam z'n huis uit stuiven, maar de bak was al halverwege het Molentjespad en Koeman kon er niets meer aan doen, want omkeren was daar erg moeilijk.
In 1912 is het huis daar neergezet en in 1927 afgebroken en in het dorp weer opgebouwd op nr. 19. Nu wonen daar al jaren mijn broer Klaas Ham en zijn vrouw Jannie.