Het spoortje

Ca. 1916

 

In 1913 kwam Wijdenes aan de spoorlijn te liggen. Aan het traject Hoorn-Bovenkarspel.
Pas in 1927 werd dit doorgetrokken naar Enkhuizen.
Nu moet je niet denken dat die spoorlijn er zo maar lag. Nee dat had heel wat voeten in de aarde! Er moest grond gekocht worden, bruggen gebouwd worden.
En er kwam in elk dorp waar de trein stopte een station. Veel bruggen zijn er nog en ook kun je de stations in de dorpen ook nog wel terug vinden, vaak verbouwd tot woonhuis. (bij ons is dat huis van C.Morsch vlakbij de molen)
Bij de overgang in ons dorp stond een stolpboerderij die voor de spoorweg wijken moest wijken. Een heel karwei om te slopen. Op het laatst stond alleen het vierkant nog. De spoorlijn lag al klaar tot aan deze boerderij zodat het vierkant om getrokken kon worden door een locomotief. Natuurlijk kwam het hele dorp kijken naar deze gebeurtenis.
Maar eindelijk was het klaar en reed er dus een trein door het dorp.
Toen wij aan de Molentjes woonden,konden we in de verte het spoor zien, en wisten we meteen hoe laat het was,want het spoortje reed altijd op tijd.
Voor de mensen die dicht bij het spoor en het station woonden, gaf het ook een hele verandering. Nu kon je tenminste zien wie er gasten kreeg of zelf met het spoor mee ging.
Er waren zelfs een paar nieuwsgierige aagjes die het raampje van de voordeur open zetten en achter de deur gingen staan, zodat ze konden horen waar al die reizigers het over hadden!
In het beging werd er dan ook druk gebruik gemaakt van de trein. Ook weet ik nog dat er ladingen paardenmest uit Amsterdam werden gelost. Zo van de open wagons via schuine borden tegen de walkant de schuiten in.
Paardenmest werd hoofdzakelijk gebruikt voor de vroege aardappelteelt. Langs een lijn op 50 cm afstand van elkaar werden er gaten gestoken waar de pootaardappel in ging met een paar handen paardenmest er op.
Dit broeide een beetje dus de aardappel lag lekker warm en groeide prima !
En als die reizigers dan te gast of te warskip kwamen, kregen ze natuurlijk zo'n lekker bordje piepers!

Toen ik 15 jaar was, mocht ik van mijn ouders naar de rijkstuinbouw winterschool.
Dat was een voorrecht want niet iedere tuinderszoon mocht dat. Al dat geleer vond men meestal maar onzin en als reden gaf men vaak op dat de jongens thuis niet gemist konden worden.
De school begon op 1 oktober, drie dagen in de week. In november, december, januari en februari werden dat dan vijf dagen..
Ik ging met spoortje naar Hoorn om half acht in de ochtend en kwam dan 's middags weer om vijf uur terug.
Dat was altijd een feest om vijf uur, want daar zaten een heleboel jongens en meiden in die ook naar school geweest waren, en werd er natuurlijk keet geschopt! De conducteurs moest de orde dan weer herstellen !
Nu waren er in die tijd drie conducteurs die vaak om deze tijd dienst hadden: conducteur Laverman, de snor (omdat ie zo'n prachtige snor had) en de Dikke! (met een postuur om bang van te worden).
Met conducteur Laverman in de trein bleef het meestal vrij rustig, deze man straalde een natuurlijk gezag uit en was niet kwaad te krijgen. Met de Snor en de Dikke was dit anders, die kon je lekker pesten!

Bij de Wijmers maakte de trein een scherpe bocht, en reed dan heel langzaam.
Vaak sprongen er dan jongens voor uit de trein, lieten de trein de bocht maken en stapten weer achter in de trein op. De Snor liep dan naar achteren en wachtte die jongens heel kwaad op en daar ging het natuurlijk om! Zo ook de Dikke, maar die was slimmer, want toen hij op een gegeven moment weer zag dat er jongens uit de trein waren gesprongen, haastte hij zich naar achter, ging op de treeplank staan en versperde met zijn dikke lijf de ingang van de trein.Geen jongen kon er meer in en daar stonden ze dus op het weiland bij de Wijmers en de trein reed rustig verder. Dat werd de benenwagen en voor de jongens uit Hem en Venhuizen was dat nog een hele tippel! Die waren niet voor donker thuis, en vader en moeder wilden graag weten waar dat door kwam! We bleven sinds die gebeurtenis toch maar liever zitten in het spoortje!